dinsdag 17 november 2015

Carolus Borromeus kerk is jarig


De Kathedraal van Antwerpen is misschien de statigste en zeker de hoogste kerk van Antwerpen, maar St.-Carolus Borromeuskerk aan het Hendrik Conscienceplein is dé kerk van 'tstad. Veel jongeren kenden de kerk beter dan de statige Kathedraal toen ze hun leesvoer kwamen afhalen in de Bibliotheek van Antwerpen, in de jaren 60/70. De artiestenmissen op zondag zitten nog steeds overvol. Het kunstenaarsmilieu vindt je er op een zondag en zeker na de mis, voor een trappist op het plein. Julien Schoenaerts zat er onder de boom met zijn zoontje te wachten op zijn vrouw die geen artiestenmis oversloeg. 
Deze jezuïetenkerk in barokke stijl, is verbonden aan Antwerpen zoals het Steen of Lange Wapper. De bewogen geschiedenis en zijn ondergronds werk staat niet overal geboekstaafd, maar leeft wel in de sinjoor. Dit jaar viert ze haar 400 jaar. Een aanleiding om eens stil te staan bij het Antwerps bastion bij uistek.
François d'Aguilon en Pieter Huyssens bouwden deze kerk tussen 1615 en 1621 bovenop de toenmalige Ankerrui (niet te verwarren met de huidige) voor die aansloot met de Minderbroedersrui.
Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïetenorde. Na het opheffen van de orde in 1773 werd de kerk opnieuw gewijd, ditmaal aan Carolus Borromeus. Na enige tijd gebruikt te zijn voor godsdienstonderwijs is het gebouw sinds 1803 in gebruik als parochiekerk.(wikipedia)

De kerk diende als reactie tegen het verarmen van de katholieke geloofsgemeenschap. Met pracht en praal wilde de Kerk het volk terug naar hun kerken lokken. Carolus Borromeus is daar een schoolvoorbeeld van. De voorgevel is geïnspireerd op onder andere die van de Gesù-kerk in Rome, de moederkerk van de jezuïeten. Vooral de werken van Pieter Paul Rubens nemen een belangrijke plaats in. De Nederlandse koning -Willem I, protestant, wilde de barok kerk iets van soberheid bijbrengen. In 1980 pas werd de kerk weer in zijn originele Barok stijl gerestaureerd. Boven het altaar hangt 1 schilderij dat drie keer per jaar gewisseld wordt: met Aswoensdag, Paasmaandag en op 14 augustus. 
Vooral de versierde biechtstoelen met levensgrote engelen, spreken tot de verbeelding van elke bezoeker. Zij buigen barmhartig over de zondaar, de verloren zoon, de burger met zijn kleine kantjes. De preekstoel wordt ondersteund door een vrouwelijke verpersoonlijking van de Kerk die zegeviert over de ketterij. Zij bevatten 12 scenes uit het leven van Maria. 



De kerk leed, door de geschiedenis heen. Een brand in 1718 door een blikseminslag, vernielde veel interieur. De 39 plafondschilderingen van Rubens gingen verloren. In 2009 woedde er weer een brand met twee brandhaarden dicht bij het altaar. De snelle reactie van de brandweer en het deskundige blussen, kon veel voorkomen.

Vooral door missiewerk en via onderwijs droegen ze bij aan de groei en verspreiding van het rooms-katholieke geloof. Reeds in 1574 kocht de orde met hulp van Spaanse kooplui het huis van Aken aan de Korte Nieuwstraat en opende er een college. Na hun verbanning in 1578 keerden de jezuïeten in 1585 terug naar Antwerpen. In 1607 werd het college overgebracht naar het huis Van Liere. Als propagandapolitiek voor het jubelende en vernieuwde geloof werd de Antwerpse jezuïetenkerk, toegewijd aan SintIgnatius en Onze-Lieve-Vrouw, gebouwd met kostbare marmeren steensoorten, versierd met overvloedig verguldsel en opgeluisterd met prachtige plafondschilderingen van P.P. Rubens. In de geest van het Concilie van Trente vormt het interieur een organische eenheid met accent op het hoofdaltaar. De weelde van het interieur moest, als afstraling van het hemelrijk, de bezoekers overtuigen van het ware geloof.

Deze zeer luxueuze interieurdecoratie verdween echter bij de brand van 1718. Alleen de Onze-Lieve-Vrouwekapel met in marmer uitgewerkte muren en een gebeeldhouwde barokke plafonddecoratie naar een ontwerp van Rubens getuigt van het oorspronkelijke interieur. De monumentale voorgevel van witte natuursteen en blauwe hardsteen, opgevat in de zin van Vignola’s ontwerpen van de Gesukerk in Rome, geldt terecht als een van de topprestaties van de Vlaamse barok. De plastische vormgeving van de toren, met verwerking van italianiserende elementen als de serliana in de lantaarn, wijst mogelijk op een creatieve inbreng van Rubens, die zeker meewerkte aan decoratieve onderdelen.
Onder leiding van J.P. van Baurscheit de Oude werd het schip na de brand herbouwd (1718-1720) volgens het oorspronkelijke plan, maar met eenvoudiger materialen: witte natuursteen en blauwe hardsteen. Het vroegere, Romeins geïnspireerde cassetteplafond werd vervangen door een stucplafond met een vrij sober vroeg achttiende-eeuws decor. Het laatbarokke meubilair is eveneens van Van Baurscheit, met medewerking van Michiel van der Voort voor de lambrisering met biechtstoelen. Bij de afschaffing van de jezuïetenorde in 1773 werden haar goederen verkocht (17785- 1776) en raakte de kerk buiten gebruik. In 1779 werd ze als Sint Carolus Borromeus heropend. Enkele jaren later kende ze onder de Fransen verschillende bestemmingen om ten slotte vanaf 1803 een parochiekerk te worden. Aan het gebouw werden in de negentiende en twintigste eeuw meermaals herstellingen uitgevoerd, onder meer naar ontwerp van F. Berckmans (1849-1864) en J. Bilmeyer (1912- 1916, 1917-1920). Een laatste restauratiecampagne (1969-1972, 1981-1987) onder leiding van J.L. Stynen verleende de kerk haar oude luister. Voor het interieur, dat in 1889-1890 een grondige gedaanteverwisseling had ondergaan, werd geopteerd voor het opnieuw afwerken van de zichtbare materialen. Dit in navolging van het achttiende-eeuwse concept, zonder evenwel een reconstructie te beogen bij gebrek aan historische gegevens. Op 30 augustus 2009 werd de kerk getroffen door een brand.
Maar nu schittert ze op haar 400ste verjaardag!!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen