Genetisch gemanipuleerde planten, we worden er een beetje kregelig van. Met argwaan bekijken we onze voedselketen en nu is zelfs de pure natuur, niet meer zo puur. De mens is een meester in manipulatie, onze natuur moet er al eeuwen aan geloven. Nu zetten we ze helemaal naar onze hand. Een project dat loopt in samenwerking met de Gentse Universiteit samen met de Unif van Standford maakt duidelijk dat we bomen kunnen veranderen naar onze noden. Genetisch gemanipuleerde populieren, ze staan bij bosjes in Gent. Deze week maakte het Global Climate and Energy Project van beide universiteiten bekend dat deze bomen een zegen zijn voor biobrandstof, bioplastics en papier. Deze genetisch gewijzigde populieren bevatten minder lignine, waardoor het populierenhout op een efficiëntere manier kan verwerkt worden. ‘Deze fundamentele ontdekking heeft een alternatieve manier van lignine productie in planten bloot gelegd en biedt het potentieel om de efficiëntie van biomassa naar energie-omzetting sterk te verhogen’, zegt Sally M. Benson verbonden aan de Universiteit van Stanford en directeur van het ‘Global Climate and Energy Project’.
Benson ontdekte in de modelplant Arabidopsis thaliana of de populaire naam, zandraket,
een lijn in de productie van Lignine in planten. Deze stof heeft vooral een
invloed op de ontwikkeling van stengelweefsel. Het gen met Lignine zet
cellulose om in glucose. Zij drijven dit proces op van 18% naar 78%, een
serieuze verandering. Deze kennis willen ze vooral toepassen op hout en
grassoorten die gebruikt worden voor energie of grondstoffen voor de papier en
cellulose industrie. Lignine is een mooie naam voor houtstof. Deze chemische stof komt voor in de celwand. Het is de meest voorkomende organische stof op aarde na cellulose. De sterkte van het hout is afhankelijk van de interactie tussen cellulose en lignine. De lignine in het hout voor papier (eucalyptus, populier) wordt verwijderd. Daarna wordt van de lignine-vrije pulp papier gemaakt. Lignine wordt later verwerkt als lijm, linoleum en karton.
