woensdag 27 mei 2015

Worteltjes eten, is werk bieden



Zoals Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege zich graag profileert als minister van Landbouw én Voeding, zo brengt ook het nieuwe Landbouwrapport (LARA) de hele voedselketen in beeld. De focus ligt op het agrobusinesscomplex (ABC) dat naast de landbouw ook de agrarische toelevering en tussenhandel, de verzamelende handel, de voedingsindustrie en de groothandel omvat. Samen zijn deze sectoren goed voor 35.500 bedrijven met een totale omzet van 61 miljard euro (+15% tegenover 2008). 



Vorig jaar waren er 147.400 mensen tewerkgesteld in het ABC. In 2008 waren dat er nog 159.400. De voedingsindustrie is de grootste werkgever en levert ook het grootste aandeel in de omzet, de investeringen en de netto toegevoegde waarde.
Landbouw vormt een belangrijke schakel in een hele keten van sectoren die we het agrobusinesscomplex noemen. Het Vlaamse agrobusinesscomplex telt 35.500 bedrijven met een omzet van 61 miljard euro, 15 procent meer dan in 2008. De investeringen zijn met tien procent afgenomen ten opzichte van 2008 en bedragen nu 1,62 miljard euro. Anno 2013 waren er 147.400 mensen tewerkgesteld in de verschillende takken van het ABC. In 2008 waren dat er nog 159.400. De netto toegevoegde waarde nam toe met 18 procent en bedraagt 8,4 miljard euro. De land- en tuinbouw levert het gros van het aantal bedrijven maar de voedingsindustrie is de grootste werkgever en weegt ook het zwaarst op het vlak van omzet, investeringen en netto toegevoegde waarde.
In 2013 voerde België voor 39,4 miljard euro aan agrarische producten uit. Aangezien de import een waarde had van 34,5 miljard euro bedroeg het handelsoverschot 4,9 miljard euro. Vooral de dierlijke producten, varkensvlees op kop, en agro-industriële producten (gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest, landbouwmachines, enz.) dragen bij tot het positieve saldo, met een overschot van respectievelijk 2 miljard euro en 1,9 miljard euro. Zuivel heeft met voorsprong de hoogste exportwaarde (3,3 miljard euro) maar er wordt tezelfdertijd voor 3,1 miljard euro zuivel ons land ingevoerd.
Ook de handel in Belgische chocolade is sterk exportgericht, met een exportwaarde van 2,1 miljard euro. In 2013 realiseerde de diepvriesgroentesector opnieuw een zeer groot handelsoverschot dankzij een recorduitvoer van 1,25 miljoen ton, meer dan eender welk ander land in Europa. Met de aardappelverwerkende industrie en diens export ter waarde van 1,6 miljard euro hebben we zelfs een koploper op wereldniveau in huis.
De voornaamste handelspartners zijn onze buurlanden, met een aandeel van 67 procent in de uitvoer en 63 procent in de invoer. In de totale Belgische agrohandel wordt het Vlaamse aandeel geraamd op 80 procent. De agrohandel neemt 10 procent van de totale Belgische import en 11 procent van de totale Belgische export in. Dit jaar zal de situatie natuurlijk volledig anders zijn door de Russische boycot.
Het belang van de voedingsindustrie binnen de Belgische industrie is groot. De voedingssector neemt 17 procent van de omzet, 18 procent van de tewerkstelling en 10 procent van de export van de industrie voor zijn rekening. De drie belangrijkste subsectoren zijn de vleesindustrie, de vervaardiging van oliën en vetten en de productie van andere voedingsmiddelen zoals chocolade, suiker, koffie en bereide maaltijden. Samen zijn ze goed voor 43 procent van de totale omzet.
Het agrobusinesscomplex vormt samen met de schakels retail, catering en consument de volledige voedselketen. Over de consument vertelt LARA het volgende: de gemiddelde Vlaming geeft per jaar 1.855 euro uit aan voeding en 398 euro aan dranken, tezamen goed voor een aandeel van 15 procent in het gezinsbudget. Daarnaast spendeert de Vlaming gemiddeld 782 euro aan voeding en dranken in horecazaken. Het thuisverbruik van de belangrijkste verse agrovoedingsproducten vertoont in vergelijking met 2008 een dalende tendens voor brood, aardappelen, fruit, vlees, vis en zuivel. Een toegenomen verbruik is er bij groenten en eieren.
De Vlaamse consument koopt verse voeding in de eerste plaats op basis van zijn zintuigen: smaak, versheid en kwaliteit. Het duurzaamheidsgehalte van producten is niet de meest doorslaggevende factor. 40 procent van de aankoopverantwoordelijken probeert in zijn gedrag rekening te houden met duurzaamheid, voor 16 procent is het een principe waarnaar hij consequent handelt.
Meer info: LARA 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen