woensdag 17 december 2014

cafes een sociale noodzaak



Dorpscafés, ze blijven de kern van een samenleving vertegenwoordigers van een regio. Wil je een huis kopen in een nieuwe omgeving, ga dan eerst een pint drinken in het café van de buurt.. Een wijze raad. Een huis staat nooit op een eiland. De omgeving is een immofactor. De cafés in de buurt zijn een weerspiegeling van het sociale leven. De ziel van een regio vind je in het café uit de buurt. Hun klanten brengen hun sociaal maatschappelijk leven mee tot aan de toog. Zowel in een dorp als in een grootstad zijn kroegen culturele centra.
Herberg, afspanning, staminee of café, de naam varieerde in de loop der eeuwen maar het doel blijft hetzelfde: mensen samen brengen bij pot en pint. Ook in de 21ste eeuw blijft dit sociale aspect belangrijk en is het café een ontmoetingsplaats voor enkelingen en voor verenigingen. Zelfs openbare verkopen gaan nog altijd door in het café.
Doorheen de eeuwen werden de cafés door de overheid en kerk gebruikt of verworpen. Het volks gebeuren speelde zich af in en rond cafés. Cirkus en kermis werd steeds in de buurt van een herberg of staminee opgezet. Het katholiek regeringspaar in Brussel, in 1607, Isabella en Albrecht, verboden de cafés tijdens de erediensten. Mensen hoorden blijkbaar liever de preek aan de toog dan die van meneer pastoor. Daarna werd er een regel ingevoerd die liep tot einde 18de eeuw, dat de koster met het klokkengelui het sluitingsuur aangaf van de drankgelegenheden.
De 19de eeuw. Hoogtij voor het café was het uur na de hoogmis. De mannen kaarten de week na en de vrouwen gingen naar huis om het eten klaar te maken. Een vrouw op cafe was uit den boze, tenzij voor speciale meisjes. Alleen tijdens de kermis waren ze welkom. Toch werden veel cafés gerund door echtgenotes van de kapper, smid, fietsenmaker of boer. 
Een caféruimte moest niet veel voorstellen: een kamer met een tafel en een paar stoelen was voldoende. Een stoof verwarmde de gelagzaal en op piekmomenten werd de aanpalende keuken mee ingelijfd. Voor de ramen stonden ‘vrouwentongen’, aan de muren hingen foto’s van de koningen van de wipschietingen of kaartingen. Een spaarkas ontbrak zelden en als het enigszins mogelijk was, stond er een biljart. In sommige gevallen was de keu extra kort wegens plaatsgebrek.Een tapinstallatie hoefde niet, het bier haalden de cafébazen of hun klanten met kannen uit de kelder. De ‘export’ werd in de loop der jaren vervangen door een pintje, de versnaperingen bleven beperkt tot een hardgekookt ei, droge worst of een reep chocolade.
Een kruispunt met vier cafés was vroeger geen uitzondering. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw nam het aantal sterk af en deze trend zet zich verder in deze eeuw. Toch is het café niet weg te denken. Of het een volks, bruin of trendy café is, het blijft centraal staan in het sociale leven van het dorp. Met een glas in de hand worden gesprekken geanimeerder, komen de beste ideeën naar boven, duurt het wachten minder lang, is het zoveel gezelliger.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen