vrijdag 7 november 2014

Speel met je beroepskosten


Een betoging om U tegen te zeggen. Vakbonden die zonder te luisteren, spreken over angstaanjagende tijden. De feestdagen, het einde van het jaar, weer een boekjaar afsluiten. Rijken die rijker worden, iets van alle tijden, armen die het einde van het touw zelfs niet meer vinden, belastingsparadijsen, vakantie....paradijsen. Wat spookt ons de laatste tijd niet allemaal door het hoofd. Vragen, en antwoorden die moeilijk te vinden zijn. Toch is er altijd een lichtpuntje, en dat voor iedereen. Alleen moet je wel je gordijnen voor je ogen open houden.




Netto geeft ons een kleine tip om via forfaitaire beroepskosten tot een lagere belasting te komen. Voordelen kunnen we allemaal vinden, we moeten wel zoeken en afwegen. Een forfaitaire beroepskost invullen kan ons een voordeel geven dat zelfs bij het maandloon voelbaar is. 




Door de geplande indexsprong zullen de lonen niet aangepast worden aan de levensduurte. Om dat koopkrachtverlies te compenseren voorziet de regering in een lagere belasting op het beroepsinkomen. Dat gebeurt door een verhoging van de forfaitaire aftrek van beroepskosten. Niet het volledige beroepsinkomen wordt immers belast: de werkelijke of forfaitaire beroepskosten worden in mindering gebracht.

Het kabinet van Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) bevestigt dat het hogere kostenforfait doorgerekend zal worden in de schalen van de bedrijfsvoorheffing. Doordat er minder bedrijfsvoorheffing afgehouden zal worden, zullen werknemers in 2015 en 2016 elke maand netto meer van hun loon in handen krijgen, Ten tijde van de regeringsvorming circuleerden bedragen van een belastingvoordeel van 250 euro netto per jaar. Maar uit documenten van het kabinet blijkt dat
enkel de lage en middelhoge inkomens zo’n voordeel krijgen. Het voorziene voordeel voor het aanslagjaar 2017 - dus beroepsinkomen van 2016 - komt voor een werknemer met een brutomaandloon van 1.500 euro op 238 euro per jaar. Voor een inkomen van 2.500 euro wordt dat 268 euro, voor een inkomen van 3.000 euro 298 euro.Voor de hogere inkomens is het voordeel kleiner. Een werknemer met een inkomen van 4.000 euro mag rekenen op een winst van 255 euro. Iemand met een inkomen van 5.000 euro of hoger gaat er maar 125 euro op vooruit. In 2015 (aanslagjaar 2016) is het voorziene voordeel maar half zo groot.


Achter de bedragen schuilt een complexe berekening. Voor werknemers en vrij beroepers worden de forfaitaire beroepskosten berekend als een percentage van het belastbare brutoloon. Het percentage hangt af van de inkomstenschijf. De regering past zowel de percentages als de inkomstenschijven aan. Het maximale kostenforfait wordt opgetrokken van de huidige 3.960 euro naar 4.080 euro voor het aanslagjaar 2016 en 4.210 euro voor het aanslagjaar 2017.

Enkel werknemers, vrije beroepen en bedrijfsleiders die hun werkelijke beroepskosten niet bewijzen, hebben baat bij deze maatregel. Andere zelfstandigen dan vrije beroepers lopen het voordeel mis.

Meer info en hoe te berekenen zie je op http://www.zelfstandigen.be/aftrekbare-bedrijfslasten/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen