zondag 20 juli 2014

Economie, ver van jou bed?

Economie, het houdt ons allemaal bezig. Van de kleinzoon & -dochter die van opa en oma een centje krijgen voor hun spaarpot, tot de CEO van de grootste multinational op onze planeet. Buffet en Freire, als topbeleggers, nemen elke verse literatuur over dit onderwerp door alsof het bestsellers zijn. Niet al wat geschreven wordt, is een bestseller. Slechts 1 maar om de 20 jaar verschijnt er een boek dat alle denkers ter wereld bezighoudt.  Het einde van de geschiedenis (1992) van Francis Fukuyama, is er zo een. Het handelde over de triomf van het liberale kapitalisme na de val van de Berlijnse muur. Het vervolg op deze theorie kwam er van Samuel Huntington in 1996,  het verlies van de beschaving. Dit boek voorspelde de confrontatie met het islamitisch-extremisme en de aanslag 9/11. In 2014 kwam het boek van Pikkety Thomas, de Franse econoom. Hij schreef een lijvig boek van bijna 700 pagina's, waarin hij probeert aan te tonen dat de ongelijkheid en concentratie van rijkdom terug op het niveau is van de negentiende eeuw. 

Dat er +/- 20 jaar tussen ligt, is normaal. Economie heeft te maken met maatschappelijke ontwikkelingen en sociologische evolutie. Elke generatie heeft er zijn eigen inzicht in, en een generatie duurt 25 jaar. De theorie van Pikkety is niet dadelijk hot news. Het boek beschrijft wat er gaande is in de wereld. De Occupy beweging is al een paar jaar op gang. En zij spreken over 1% van de bevolking die al het geld van de wereld in handen heeft. Toch werd Piketty door dit boek een economische rockster. Het boek handelt niet alleen over het onderwerp van de Occupy, het verandert ook je economisch denken als je het leest. Economische ongelijkheid is het de uitdaging van de 21ste eeuw. Iedereen weet dat het niet meer zou mogen, dat het anders kan, en toch neemt de polarisatie toe.

Piketty maakt een vergelijking van de accumulatie van kapitaal en welvaart in de afgelopen 150 jaar tussen Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS en Zweden. En het is het eerste werk dat de empirische wijze aantoont hoe de inkomenskloof tussen de rijkste 10% van de VS  dieper wordt. De theorie van Pikkety is dat als het rendement op eigen vermogen (r) groter is dan de groei (g) in de economie, het kapitalisme automatisch een willekeurige en niet duurzame ongelijkheid creert.  Zo zou de meritocratische (zij die het verdienen) regel waarop de democratisch geordende maatschappij zich baseerd, teniet worden gedaan.  Om dit te verhelpen, wijst Pikkety op de groffe middelen: hoge belastingen (80-90%) op Rendement van Kapitaal, vooral op het kapitaal dat onproductief is en maatschappelijk ongewenst is. Staatsinterventie in publieke goederen, zoals onderwijs en infrastructuur.  
Er is geen econoom te licht of te klein om zijn commentaar te hebben op Piketty, en juist daarom is hij zo populair. Kenneth Rogoff, Harvard Unif, bevestigt dat er nooit zoveel armoede was en dat de theorie van Piketty hierin past. Anderen, Richard Epstein van Chicago Unif, zegt dan weer dat een agressieve fiscale controle (staatsinterventie) de mondiale groei zal tegenhouden en niet zal prikkelen. 
Dit digitale tijdperk werkt de kloof tussen geschoolden en niet geschoolden erg in de hand. We zitten in een overgangsperiode. Leven van een kapitaal is terug mogelijk, arbeid is niet meer de enigste vorm van inkomen, zoals in de na-oorlogse tijden. Het cijfermateriaal van Piketty wordt vooral bekritiseerd, volgens de Spaanse specialist Manuel Perez, is dat niet de hoofdzaak van het boek. Over de inhoud en de boodschap is iedereen het eens. 'De monumentaliteit van het boek staat boven elke kritiek, en bovenal sluit het werk aan bij de beleving van de sociale meerderheid en het gezond verstand.'
Hieruit groeit in de wereld de jacht naar het zwarte geld, dat maatschappelijk ongewest is, en de aanval op het spaarboekje, dat maatschappelijk onproductief is. Piketty is tot deze theorie gekomen, door zijn onderzoek in Argentinie, samen met Facundo Alvaredo, Argentijnse econonoom. Zij vergaarden cijfermateriaal van 1932 tot 2004. Argentinie is een economie die makkelijk te volgen is. Economische regels vertalen zich dadelijk in sociale en maatschappelijke regels. Waarom dat zo is, geen idee. Wel is het zo dat vele economen zich richten tot dit land om bepaalde theorien te toetsen. 
Er is een crisis elke 10 jaar in Argentinie. De 10 jaar die daar op volgen, zien we een opflakkering, een stevige groei en terug een vlugge daling. De maatschappij verandert ook met elke economische beweging. De Argentijnen zijn de meest flexibele mensen op gebied van economische overleving.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen