maandag 28 maart 2011

Een wespetaille

Sluipwespen (Ichneumonidae) zijn een grote familie van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera). Sluipwespen zijn een vrij bekende groep omdat ze andere insecten aanvallen, waaronder enkele schadelijke soorten. Ze worden op grote schaal uitgezet om plaaginsecten te bestrijden, zoals de bladluis en de witte vlieg.

Tot vijftien jaar geleden was de sluipwesp Aphidius matricariae populair als bestrijder van bladluis in de glastuinbouw. Toen werd zij ingeruild voor haar Amerikaanse nichtje, Aphidius colemani. Na een vergelijkende test van Wageningen UR Glastuinbouw is zij echter weer in genade aangenomen door Koppert, marktleider in de biologische bestrijding. De matricariae wist hoe ze de rode luis en de groene perzikluis in kassen moest aanpakken. Hierdoor werd menig oogst van tomaat, aubergine en paprika een succes. Maar toen de katoenluis kwam op de komkommerachtigen, was onze sluipwesp matricariae even het noorden kwijt. Ze wist niet goed wat ze ermee aanmoest. Daarom brachten de landbouwingenieurs de sluipwesp colemani binnen in onze contreien, een sluipwesp van Amerika. Deze colemani parasiteerde alle bladluizen en de matricariae kon opstappen.
Nu komt men daar weer van terug. De biologische bestrijding van de katoenluis blijkt niet efficient, zodat komkommertelers andere insecticiden gebruiken. Hierdoor is de matricariae terug in trek omdat ze voor de paprika en tomatenoogst toch wel de beste luisbestrijder is. De sluipwesp wordt al jaren gebruikt in de agri-economische sector. In het labo is zij dan ook een van de meest onderzochte insect. "Zij" ja, inderdaad "zij" want al een paar jaar heerst er in Noord-Europa een infectieplaag onder de sluipwesp. Hierdoor krijgt de sluipwesp alleen nog maar vrouwelijke nageslachten. Een bacterie greep in bij de soortvorming. Het nageslacht zijn suffe beestjes, enkel vrouwtjes, die niet meer presteren. Hoe komt er dan nog een nageslacht, hoor ik u vragen. Zeer goede vraag: door parthenogenese: maagdelijke geboorte. Bij de mens is dat iets heel speciaals, bij dieren is dat vrij algemeen. Slangen, hagedissen of haaien in gevangenschap beginnen eieren te leggen zonder dat ze een partner gezien of geroken hebben. Dat nageslacht is dan een kloon van de moederslang of -hagedis. Bij de insecten gebeurt het heel vaak. De sluipwesp bijvoorbeeld, zij legt eitjes zonder bevruchting, de larven zijn dan mannetjes, de vrouwtjes komen enkel uit bevruchte eicellen. Door de infectie is dat omgedraaid. Nu komen uit de onbevruchte eitjes de vrouwtjes en er komen geen larven meer, dus geen mannetjes. En zo werd de sluipwesp een echte amazone.
Het sexleven van de sluipwesp werd door Kraaijeveld, professor van Leiden, zorgvuldig bestudeerd. Een sluipwespvrouwtje kan eens in haar leven tot de sexdaad komen, het sperma dat ze dan krijgt, houdt ze zorgvuldig in een orgaantje vast en af en toe bevrucht ze hiermee de eitjes die spontaan bij haar ontwikkelen. Door de bacterie is dat orgaantje aangetast waardoor het sperma wegvloeit.
Kraaijeveld vond een antibioticum om de beestjes te genezen. Sex en sperma bevruchting is immers belangrijk, als je dat kan onderzoeken bij een populatie die het 'wel nog doen' en een populatie die het zelf wel oplost, kunnen daar behoorlijk wat resultaten uit getrokken worden. Zo onderzocht Kraaijeveld het nut van de sex, beginnende van de sluipwesp, overhevelend naar de grotere diersoorten en de...mens. "Sex is belangrijk voor het klutsen van verschillende genen. Dat beweert men al lang, maar is dat wel waar? Daar ging mijn onderzoek over."
Om een degelijk sex onderzoek te doen heb je mannetjes en vrouwtjes nodig, daar gaat geen wetenschappelijke weg naast. Daarom bracht Kraaijeveld Spaanse sluipwespen, mannetjes en vrouwtjes, samen met de Nederlandse vrouwtjes. Die mannelijke sluipwespen waren meer geinteresseerd in Spaanse vrouwtjes. Ze trokken toen het besluit dat de Nederlandse vrouwtjes die door een bacterie alleen maar vrouwtjes voortbrengen, veronvrouwelijkt zijn, hun geurstof is minder aantrekkelijk. Toen de wetenschappers de Nederlandse vrouwtje behandelde met een antibiotica en zij weer mannetjes kregen, zombies en suffe heertjes, zagen ze dat deze Nederlandse mannetjes alleen geinteresseerd waren in de Nederlandse vrouwtjes, dus klopte hun besluit niet, het was gewoon dat de sluipwesp eigen soort aantrekkelijk vond.
Terug naar af. Nederlandse mannetjes vielen voor Nederlandse vrouwtjes en de Spaanse wesp bleef bij zijn latino wespinnetje, dat wil zeggen dat de sex helemaal niet bedoeld is om genen te klutsen, zoals de uitgangsposities was van het onderzoek.
Wat de wetenschappers wel vonden was dat de vrouwtjes hun eitjes op planten legden met linolzuurzaadjes. Dit zou aan het mannelijk nageslacht meer potentie geven en meer kleur. Zij hebben bij nader onderzoek mooiere zonen en deze zonen hebben meer aandacht van de vrouwtjes. 

Het onverzadigde vetzuur van de linolzuurhoudende zaadjes (zonnebloem enzo) maakt de zoons gezond en potent, aldus Duitse wetenschappers in de nieuwste editie van het Britse wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B. De biologen deden onderzoek naar de Nasonia vitripennis, een sluipwesp van enkele millimeters groot. Mannetjeswespen lokken de vrouwtjes door een geur te verspreiden. Ze kunnen meer lokmiddel uitscheiden als ze zijn opgegroeid met linolzuur. Zo krijgen ze meer paringsrijpe wijfjes en produceren ze meer sperma dan minder geurige mannetjes. "Goed doorvoede mannetjes kunnen zich veroorloven meer geur te verspillen", stelden de onderzoekers van de Universiteit van Regensburg woensdag.

Sluipwespen kunnen heel specifiek worden gebruikt om overlastgevende insecten te bestrijden. De genen van het dier bepalen namelijk welke insecten ze graag opeten. Als die voorkeur bekend is, zijn ze heel geschikt voor de biologische bestrijding. Hierop ingrijpen is alleen nog wel toekomstmuziek, liet bioloog Bart Pannebakker van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) weten. De techniek is er wel, maar er kleven ethische bezwaren aan het overzetten van genen van de een op de ander (genetische modificatie). Misschien heeft de afwijking van de Nederlandse sluipwesp en het vervrouwelijken van deze soort wel te maken met experimenten op genetisch gebied. Deze geheimpjes zullen we wel nooit te weten komen.



Samen met collega's van de RUG en een groep onderzoekers uit andere landen stelde Pannebakker de DNA-volgorde van de sluipwesp vast. Hierdoor weten zij welke genen bepalen welke voorliefde voor insecten de wesp heeft. Zo opent de ene wesp liever de aanval op luizen en de ander op (bepaalde soorten) vliegen. De resultaten van het onderzoek staan vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Hymenoptera of vliesvleugeligen vormen een orde van de klasse insecten (Insecta).
De bekendste groepen zijn de hommels, de wespen, de bijen en de mieren. De vliesvleugeligen zijn echter een complexe orde, zo zijn de mieren ontstaan uit gravende wespen. Andere 'mieren', zoals de fluweelmieren (families Methochidae, Mutillidae) kunnen beschouwd worden als vleugelloze wespen, ze worden ook wel mierwespen genoemd. Ook de bij-achtigen zijn uit wespen ontstaan, ze zijn sterk verwant aan de graafwespen. Uit de bijen hebben zich de hommels ontwikkeld.
De Hymenoptera zijn als groep wellicht niet zo bekend, maar de verschillende vertegenwoordigers van de vliesvleugeligen spelen in het dagelijks leven een grote rol als onmisbare bestuivers van bloemen (bijen en hommels), verdelgers van plaaginsecten (oa papierwespen en sluipwespen) en opruimers van afval in de natuur (mieren).
De schattingen van het aantal ertoe behorende soorten liggen in de orde van grootte van 300.000 wereldwijd, waarvan er echter nog maar ongeveer 100.000 beschreven zijn. In Europa leven ongeveer 11.000 soorten, het aantal in Nederland voorkomende vliesvleugeligen wordt geschat op 8500; ook dit aantal zal nog aanmerkelijk toenemen. Ter vergelijking: het aantal uit Nederland bekende keversoorten bedraagt 3900. In Europa omvat de orde 68 families waarvan er 63 in Nederland zijn aangetroffen.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen