In de bibliotheek van Yale ligt een meesterlijk boek achter slot en grendel bewaard. Een mysterie uit de boekengeschiedenis. Het manuscript biologeert reeds eeuwen elke boekengek en -genie. Ooit geschreven in het begin van de 15de eeuw door een anonieme schrijver. Het telt 240 pagina's. Iedereen in de boekenwereld kent het als het Voynich manuscript. Het verdween eeuwen onder het stof tot het in 1915 plots werd bovengehaald door de Poolse antiquair Wilfrid Voynich. Hij kocht het in 1912 van enkele aan lager wal geraakte Jezuiten in Italië.
Het manuscript lijkt een labyrint met heel wat zwarte gaten. Het heeft nog ongekende limieten en grenzen van het intellect om het uit te rafelen. Wie iets dichter bij het mysterie komt, glipt weer verder weg van de oplossing. Misschien ontbreekt een corps delict, een slachtoffer, zoals in de boeken van Dan Brown, om de volledige waarheid te achterhalen. Pelling, een dokter botanicus, wringt zich al jaren in dit thema. 'De realiteit is steeds weer raarder dan de fictie' vertelt hij in al zijn essays over dit werk. Het boekt is op de eerste plaats een fascinerend esthetisch werk. Zijn botanische en astronomische illustraties, lijkt het op een verhaal van Umberto Eco waar ze alleen de wijze kruiden monnik uit geknipt hebben. Je vindt er een zeer complex sterrenbeeld overzicht in terug met mandala's en naakte vrouwen in schoorstenen en een raar buizen netwerk. Je waant je in een visionair verhaal van William Blake of in een werkboek van de tekenaar Tony Johannot. Maar dan zijn we nog niet aan de tekst belandt. Daar kan dus niemand geen jota van lezen. Het is geschreven in een code-taal. Tot er vorige week schot in de zaak kwam. De BBC kwam met een documentaire waarin werd aangekondigd dat het Manuscript Voynich gedecodeerd was.