zaterdag 15 maart 2014

Mysterie in 1 manuscript


In de bibliotheek van Yale ligt een meesterlijk boek achter slot en grendel bewaard. Een mysterie uit de boekengeschiedenis. Het manuscript biologeert reeds eeuwen elke boekengek en -genie. Ooit geschreven in het begin van de 15de eeuw door een anonieme schrijver. Het telt 240 pagina's. Iedereen in de boekenwereld kent het als het Voynich manuscript. Het verdween eeuwen onder het stof tot het in 1915 plots werd bovengehaald door de Poolse antiquair Wilfrid Voynich. Hij kocht het in 1912 van enkele aan lager wal geraakte Jezuiten in Italië.
Het manuscript lijkt een labyrint met heel wat zwarte gaten. Het heeft nog ongekende limieten en grenzen van het intellect om het uit te rafelen. Wie iets dichter bij het mysterie komt, glipt weer verder weg van de oplossing. Misschien ontbreekt een corps delict, een slachtoffer, zoals in de boeken van Dan Brown, om de volledige waarheid te achterhalen. Pelling, een dokter botanicus, wringt zich al jaren in dit thema. 'De realiteit is steeds weer raarder dan de fictie' vertelt hij in al zijn essays over dit werk.


Het boekt is op de eerste plaats een fascinerend esthetisch werk. Zijn botanische en astronomische illustraties, lijkt het op een verhaal van Umberto Eco waar ze alleen de wijze kruiden monnik uit geknipt hebben. Je vindt er een zeer complex sterrenbeeld overzicht in terug met mandala's en naakte vrouwen in schoorstenen en een raar buizen netwerk. Je waant je in een visionair verhaal van William Blake of in een werkboek van de tekenaar Tony Johannot. Maar dan zijn we nog niet aan de tekst belandt. Daar kan dus niemand geen jota van lezen. Het is geschreven in een code-taal. Tot er vorige week schot in de zaak kwam. De BBC kwam met een documentaire waarin werd aangekondigd dat het Manuscript Voynich gedecodeerd was.

Het Voynick schrift is een labyrint zonder einde. Zelfs de grootste oncijferaars na de WOII slaagden er niet in om iets van de sluier op te lichten. Het werd bestempeld als 'onmogelijk'. Nieuwe tijden, nieuwe breinen, het werd een paar jaar geleden door verschillende academici terug boven gehaald. In de wereld van de geleerden wordt het aanzien als een luxe sudako. Eens je eraan begint, kan je het niet meer loslaten. Het is een wetenschappelijke zelfmoord om dit thema te bestuderen.
Argentijnse wetenschappers, Daniel Guebel, Marcelo Montemurro en Zanette, schreven een essay over de Voynich taal alszijnde een wiskundige benadering van een reele taal.
Stephan Bax, professor linguistica van de Bedfordshire unif kon in februari 10 woorden ontcijferen. Volgens Bax is de voyniche taal gebaseerd op een bestaande taal die zelfs vandaag nog gesproken wordt.
Er zijn twee strekkingen in de wetenschap. De eerste zegt dat dit werk een sleutelwerk zou geweest zijn voor Leonardo Da Vinci geschreven in een taal van buitenaardse wezens. De andere zegt dat het gewoon een botanisch werk is van een ijverige Italiaanse monnik dit het neerschreef in een plaatselijk dialect.
Arthur Tucker, professor van de Delaware unif en gerenomeerde botanicus, zegt dat het werk is, geschreven in de Aztecentaal het Nahuatl. En professor Rugg, psycholoog van de Keel unif, zegt dat het werk een grapje is van een rijke geleerde uit de 15de eeuw.
Wat al deze wetenschappelijke uitleggen gemeen hebben is dat ze elkaar regelrecht tegenspreken en elkaars bewijzen omvergooien als een kaartenhuisje.
Het Voynich manuscript geeft geen duimbreed toe!
Maar ook Bax geeft niet toe: hij blijft erbij dat hij het gevonden heeft. Hij ontcijferde 10 woorden die in het myconisch Grieks geschreven is. Een taal die leefde tussen 1600 en 1110 voor Christus. Volgens hem is het een grieks gescrheven aziatische taal. 'Iedereen staarde zich blindt op de Westerse talen, terwijl het een Aziatische taal is'. "Veel vertalers en andere wetenschappers, bekeken de planten en de tekeningen om een aanknopingspunt te vinden en niet de taal op zich. Je moet bij het ontcijferen een strikte methodiek hanteren. Als je de planten bekijkt en de eerste woorden die bij die pagina horen, ontdek je een patroon. Het meest voor de hand liggende is meestal het juiste, je inwerken in ingewikkelde theorieën helpt je meestal geen stap vooruit." legt Bax uit. Bax zelf weet dat er nog heel wat werk voor de boeg is: hij heeft 10 woorden kunnen ontcijferen in een boek dat 60.000 woorden heeft. 'Ik heb de tip van de sluier opgelicht, nu is het de bedoeling om met dit kaarslicht het werk te breken. '
Pelling was een van de eerste wetenschappers die heel dicht bij de 'waarheid' was van dit werk. Hij is ook de enige die het werk in het echt heeft gezien. Voor de andere stervelingen staat heel het werk nu op internet...zin in een sudoku?


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen