donderdag 15 januari 2015

Audi, Te gek Te mooi

Een wereldpremière bij Audi: de nieuwe A1. De chique stadswagen die in Vorst van de band rolt, kreeg een facelift. Voor het eerst in zijn geschiedenis gebruikt Audi kleine motoren met maar drie cilinders. Ook de A6 en de compacte SUV Q3 gingen onder het mes. De Q3 draagt nu een opvallend radiatorrooster dat het nieuwe gezicht wordt van Audi’s Q-modellen. De nieuwe Q7 staat nog niet in Brussel.
En bij Audi hebben we ook de TT. Alles is nieuw aan deze wagen. Van de aluminium koetswerkpanelen tot het MQB-platform (gedeeld met de Audi A3, VW Golf, Seat Leon, …) en het interieur dat geïnspireerd lijkt door de cockpit van een ruimteschip. Kortom, de TT start helemaal opnieuw.


Over schoonheid valt te discussiëren
In de loop der generaties verloor de TT geleidelijk zijn sportieve en wilde allures. De huidige generatie is hoekiger en heeft scherpe lijnen die bij mij goed op het netvlies vallen, maar niet iedereen is unaniem. Over smaken en kleuren …
Sciencefiction
De grote verandering zie je direct in het interieur. Het eerste wat in het oog spring is … soberheid. De nette boordplank zonder multimediascherm, de afwezigheid van tellers en het beperkte aantal knoppen breken radicaal met de vorige TT. Maar waar zit die technologie dan? Het volstaat om het contact in te schakelen en je krijgt het antwoord.
Op dat moment laat de TT alles zien. De klassieke instrumenten vlogen in de prullenmand en werden vervangen door een volledig digitale cluster met navigatie door Google, weer- en nieuwsapplicaties, radio, multimedia, … Het word geflankeerd door een toerenteller en een snelheidsmeter die je naar wens kunt verkleinen. Het gigantische scherm van 12,3 duim bedien je met knoppen op het stuurwiel en een centrale draaiknop, aangevuld met een touchpad.
Goed idee?
Dat lijkt allemaal aantrekkelijk en zal liefhebbers van spitstechnologie verheugen, maar de ergonomie staat niet op het hoogste niveau. In het begin is het moeilijk om pakweg de navigatie te starten of de instellingen van de auto aan te passen. De passagier kan niet helpen, het scherm staat buiten zijn zicht. Een klein mobiel scherm in het midden zou niet misstaan. We zien wel enkele goede ideeën zoals knoppen van de klimaatregeling geïntegreerd in de (overigens zeer stijlvolle) luchtroosters.
Sfeer
We kunnen moeilijk ongevoelig blijven voor dit interieur met futuristische instrumenten en topafwerking. Er is ook echt sprake van comfort dankzij de voortreffelijke zetels en de nagenoeg perfecte rijpositie. Vergeet de plaatsen achterin, die dienen vooral om wat extra bagage te plaatsen. De koffer is trouwens groot genoeg voor een weekend met z’n tweetjes.
Hoe rijdt hij?
Onze dieselversie is niet de meest spetterende. Na vertrek vloekt het gekletter van de motor toch wat met de sportieve lijn. Gelukkig bestaat er een functie die zorgt voor een rauw geluid in het interieur tijdens acceleraties. Het klinkt een beetje kunstmatig, maar maskeert het weinig gracieuze gebrom.
Voor de rest niets dan lof: de 2.0 TDI is net als de meeste huidige diesel heel soepel, geeft zijn koppel van 380 Nm al heel laag in de toeren vrij en twijfelt niet om in de toeren te klimmen. Er zitten 184 paarden in de stal. Helaas is hij voorlopig alleen beschikbaar met voorwielaandrijving en manuele versnellingsbak. Die schakelt nochtans vrij van kritiek, met een nauwkeurige geleiding en goede spreiding van de zes versnellingen.
Levendig
De vorige TT (in de versie met voorwielaandrijving) gaf ons een uitstekende indruk qua weggedrag. De nieuwkomer ligt in dezelfde lijn: stabiel in het spoor en levendig wanneer je in een bocht van het gas gaat, met een beweeglijke achtertrein. Het blijft allemaal geleidelijk en zal piloten-in-spe veel plezier doen. De grip is nog veel beter dan vroeger. Ook goed nieuws is dat het comfort niet te lijden heeft onder de wegkwaliteiten, de schokdemping is perfect voor lange afstanden. Kortom, het is allemaal in orde.
Duur?
Met een prijs van 38.900 euro is de TT een duur speeltje, zeker omdat de lange optielijst je bandrekening snel leegt. Maar die prijs wordt deels gerechtvaardigd door de technologie, de prestaties en de onberispelijke afwerking. Gelukkig is de TDI zuinig aan de pomp, met in ons geval een gemiddeld verbruik van 6 l/100 km.
Conclusie
Natuurlijk zullen liefhebbers van technologie houden van de instrumenten, al zou een tweede scherm de duidelijkheid en ergonomie ten goede komen. De TT is een knap ontwerp; met finesse gebouwd en modern. Gelukkig komen ook sportievelingen nog altijd aan hun trekken, dankzij het leuke weggedrag en de motor vol vitamines.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen